van der Burch, Adam Hendriksz

Geboortenaam van der Burch, Adam Hendriksz
Geslacht mannelijk

Gebeurtenissen

Gebeurtenis Datum Locatie Beschrijving Opmerkingen Bronnen
1e Huwelijk     Getrouwd met Katrine Laurensdr van Spangen

Katrine Laurensdr. (van Spangen), dochter van Louris Pietersz.
en Maritge Christiaen(Corssen) Goudtsdr.

Kinderen:

1. Aeltgen

2. Geertgen

 

1
Overlijden 1556-08-24 Delft  

Aam Heindriks van der Burch
obiit 24 aug. 1556 (1557)

2a

Ouders

Vader van der Burch, Heijndrick Adamsz
Moeder van Santen, Geertrui Beukelsdr
         van der Burch, Adam Hendriksz
    Broer     van der Burch, Boekel Heijndricksz
    Broer     van der Burch, Reijer Hendriksz

Families

Gehuwd Vrouw Willemsdr., Ariaentgen
  Kind.
  1. van der Burch, Marritgen Adamsdr
  2. van der Burch, IJtgen Adamsdr
  3. van der Burch, Willem Adamsz
  4. van der Burch, Beuckel Adamsz
  5. van der Burch, Catarijna Adamsdr
  6. van der Burch, Heijndrick Adamsz
  7. van der Burch, Jacob Adamsz
  8. van der Burch, Reijer Adamsz
  9. van der Burch, Margriet Adamsdr
  10. van der Burch, Aechgen Adamsdr
  11. van der Burch, Adriaentgen Adamsdr

Media

Bijzonderheden

Delftse biografieën (Website Archief Delft):

Aem Heyndriksz. van der Burch (1540-1556)
Burch, Aem (Adam) Heyndriksz. van der, veertigraad van Delft 1540, schepen 1545, buiten-havenmeester
1546, weesmeester 1554 en 1555 en thesaurier 1556 van Delft, overl. Delft 24 augustus 1556 of 1557, zoon
van Heyndrick Aemsz. (van der Burch) en Geertrui Beukelsdr. van Santen.
Hij huwde 1e met Katrine Laurensdr. (van Spangen), dochter van Louris Pietersz. en Maritge Christiaen
Goudtsdr.
Hij huwde 2e ca. 1536 met Aryaentje Willemsdr. de Jonge, dochter van Willem N.N. en N.N. van Dongen.

 

Op 25 februari 1549 werden de huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen dochter Geertruijd en
Adriaen Fijck:

Schepenhuwelijken Delft.
104. 25 februari 1549 (1548 s.d.) (f. 44 44v; ORA 306):
Adriaen Fijck Jacobsz. (a), met consent van vrienden en magen, en Gheertruyt Adam Heyndricxzoonsdr.
(ORA 306: Geertruyt Adam Heynricz. van der Burchdr.) (b), met consent van voornoemde Adam haar vader
en andere vrienden, zullen gaan huwen op de volgende
voorwaarden:
Adriaen Fijck brengt in 2200 Kar. gld. aan zekere waren en gelden. De voornoemde Adam van der Burgh geeft
met Gheertruyt zijn dochter 1100 Kar. gld., te betalen een half jaar na de consumatie van het huwelijk, in volle
betaling van toegifte van haar moederlijk erfdeel, zo wel van het hoofdgeld, kleren, verlopen renten als andere,
zonder dat in deze som begrepen is enige penningen, die haar hierna als haar vaderlijk erfdeel geaccordeerd
zullen worden. Geertruyt brengt nog in 800 Kar. gld., haar bij testament vermaakt door wijlen Willem Goudt,
waaraan Marritgen Gerritsdr., weduwe van Willem Goudt, verlijftocht blijft op voorwaarde dat als deze actie
vervalt staande het huwelijk en daarna Adriaen Fijck overlijdt zonder kind(eren) dat Gheertruyt deze 800 Kar. gld.
krijgt met de 1100 Kar. gld. in alle maniere of zij die al in het huwelijk gebracht had, maar indien Gheertruyt
zonder kind(eren) overleden is en die actie vervallen is, dan zal Adriaen Fijck de helft van deze 800 Kar. gld.
krijgen en de andere goederen delen als de huwelijkse voorwaarden hierna verhalen.
Als iemand van hen overlijdt met kind(eren) dan krijgen deze kind(eren) de helft van de ingebrachte en
aanbestorven goederen en de kleren, juwelen, harnas e.d. en de winst en verlies worden gedeeld, mits dat
alle goederen naar schependoms recht zullen vererven. Als iemand vanhen overlijdt zonder kind(eren) krijgt
de langstlevende zijn inbreng, waartegen de erfgenamen de inbreng en het lijfgoed van de overledene krijgen.
De aanbestorven goederen en de verworven en verloren goederen worden gedeeld. Indien Gheertruyt
van der Burgh de langstlevende is zonder kind(eren) dan krijgt zij een douarie van 36 Kar. gld. per jaar.
Adam Heyndricsz. van der Burgh belooft dat als Gheertruyt overlijdt haar kind(eren) met representatie
zullen erven naar schependoms recht. Eveneens beloven haar grootouders Lourijs Pietersz. en Marritgen
Corssendr. dat Gheertruyt en Aeltgen, Adams dochters geprocreëerd bij Katrine Laurensdr. zal., zullen erven
hoofd voor hoofd van hun goederen, zowel gelegen in schependom als in aasdom, zoveel als de portie hoofd
voor hoofd zal bedragen van de kinderen van Anna Lourijsdr. als deze Anna overleden ware, zulks dat elk kind
van Anna Lourijsdr. en ook de kind(eren) van Katrina Lourijsdr. hoofd voor hoofd evenveel zullen genieten van
hun goederen, wel verstaande dat als Anna in levende lijve is, zij in plaats van haar kinderen zal erven.
De akte is verleden ten huize van Lourijs Pietersz.
(a) Schout en baljuw van Naaldwijk (zie Jaarboek Ons Voorgeslacht 1961, blz. 37 e.v.). Zoon van Jacob Claes
Luitgensz. [van Kittesteyn] en Adriana Adriaensdr. Fijck van Hoven.
(b) Dochter van Aem (Adam) Hendriksz. van der Burch en Katrine Laurensdr. [van Spangen].

 

Op 9 februari 1555 werden de huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen dochter Aeltgen (uit het eerste huwelijk) en
Bartelmees Bartelmeesz. van der Swan:

129. 9 februari 1555 (1554 s.d.) (f. 59 60):
Bartelmees Bartelmeesz. (a) met consent van vrienden en magen, en Aeltgen Adam Heindricxzoonsdr. (b)
met consent van haar vader en andere vrienden zullen gaan huwen op de volgende voorwaarden:
Adam Heindricxz. belooft met zijn dochter Aeltgen te geven 1250 Kar. gld. in betaling van haar moederlijk erfdeel,
zowel van het hoofdgeld, kleren, verlopen rente als anders, zonder dat hierin begrepen zijn enige penningen die
haar van haar vaderlijk erfdeel toekomen. Nog belooft Adam 150 Kar. gld. Aeltgen Aemen brengt nog in 800 Kar. gld.,
die haar bij testament van Willem Goudt zijn aanbestorven, waarvan nochthans haar grootmoeder
Maritgen Korssen Goudtsdr. hefster is en lijftocht aan heeft, welke lijftocht Louris Pietersz., als man en voogd
van Maritgen Corssen Goutsdr., resigneert en geeft aan Aeltgen Aemen, welke rente jaarlijks 50 Kar. gld. bedraagt en zal
ingaan op 13 februari 1555.
Indien een van hen overlijdt kind(eren) nalatende dan krijgen deze kind(eren) de helft van alle ingebrachte goederen,
de helft van de aanbestorven goederen en de kleren, juwelen, harnas e.d. en wordt de winst en verlies gedeeld, mits
dat deze goederen naar schependoms recht vererven. Indien een van hen overlijdt geen kind(eren) nalatende dan
krijgen de langstlevende en de erfgenamen van
de overledene elk de inbreng of de waarde daarvan, en de kleren, kleinodiën e.d. De aanbestorven goederen en de
winst of verlies worden gedeeld. Als Aeltgen Adamsdr. de langstlevende is krijgt zij als douarie 36 Kar. gld. per jaar.
Adam Heindricxsz. van der Bourch belooft dat als zijn dochter overlijdt haar kind(eren) met representatie van hem
erven naar schependoms recht. Aeltgens grootouders Lauweris Pietersz. en Maritgen Korssendr. beloven dat
Aeltgen en haar zus Geertgen, dochters van Adam Heindricxz. bij Katherina Lauwerisdr., hoofd voor hoofd in hun
goederen erven, zoveel als de portie hoofd voor hoofd zal bedragen van de kinderen van Anna Lauwerisdr. zaliger.
(a) [van der Swan], hij woonde in het huis De Swan.
(b) Dochter van Adam Heindricxz. [van der Burch] en Katrine Laurensdr. [van Spangen].

Bovenstaande informatie is ontleend aan de Genealogie Meeldijk (genealogieonline).

Naaste verwanten

  1. van der Burch, Heijndrick Adamsz
    1. van Santen, Geertrui Beukelsdr
      1. van der Burch, Adam Hendriksz
        1. Willemsdr., Ariaentgen
          1. van der Burch, Marritgen Adamsdr
          2. van der Burch, IJtgen Adamsdr
          3. van der Burch, Willem Adamsz
          4. van der Burch, Beuckel Adamsz
          5. van der Burch, Catarijna Adamsdr
          6. van der Burch, Heijndrick Adamsz
          7. van der Burch, Jacob Adamsz
          8. van der Burch, Reijer Adamsz
          9. van der Burch, Margriet Adamsdr
          10. van der Burch, Aechgen Adamsdr
          11. van der Burch, Adriaentgen Adamsdr
      2. van der Burch, Boekel Heijndricksz
      3. van der Burch, Reijer Hendriksz

Voorouders

Bronverwijzing

  1. Delftse biografieën
  2. Beschrijving der Stadt Delft
      • Pagina: blz. 128