van Wisschel, Agnes 1

Geboortenaam van Wisschel, Agnes
Geslacht vrouwelijk
Leeftijd bij overlijden onbekend

Gebeurtenissen

Gebeurtenis Datum Locatie Beschrijving Opmerkingen Bronnen
Geboorte      

Agnes van Wisschel was de dochter van Everaert van Wisschel.

 

1
2e Huwelijk voor 1543   Getrouwd met Christophe van Rolshausen

« Christoph von Rolshausen verheiratet sich mit Agnes v. Wischel (Wissel, Krs. Kleve), die in erster Ehe Balduin v. Gysel hatte. Sie war eine Tochter des Ewert v. Wischel und der Johanna v. Merven. Ihr Ehevertrag soll laut den Lütticher Genealogen Jean-Gilles und Jacques Henri Lefort am 17. März 1553 geschlossen worden sein, was erwiesenermaßen falsch ist. Es dürfte eine Verlesung für 1543 vorliegen. »

 

1
Overlijden 1585-06-10    

Aan Die Ritter und Freiherrn von Rolshausen, een pdf-bestand van de 'Geschichtlicher Arbeitskreis Bitburger Land' ontlenen wij het volgende:

Christoph von Rolshausen starb am 12. Januar 1585, seine Frau Agnes folgte ihm am 10. Juni desselben Jahres. Beide fanden ihre letzte Ruhestätte im ehemaligen Prämonstratenserkloster Reichenstein bei Monschau, dessen Gönner sie waren. Die beiden Grabplatten, die neben der Inschrift nur jeweils das Wappen Rolshausen bzw. Wischel trugen, sind verloren gegangen. Aber wenigstens sind die Grabschriften überliefert:

"Anno domini 1585 Januarij die 12 obiit nobilis et strenuus vir Christophorus de Rolshausen, Dominus in Trimporten, satrapus in Monjoie"

"Anno Domini 1585 Junij mensis die 10 obiit nobilis et generosa Domina Agnes de Wischel uxor eius, quorum utriusque anima req[u]iescat in pace"

Vertaald:

"In het jaar onzes Heren 1585 op de 12e januari stierf de edele en gestrenge heer Christoph von Rolshausen, Heer in Trimport en prefect ('Amtmann') in Monjoie (Monschau)"

"In het jaar onzes Heren 1585 op de 10e juni stierf de edele en grootmoedige dame Agnes van Wischel, zijn echtgenote, wier beider ziel moge rusten in vrede"

Toelichting:

"Der Amtmann war im deutschsprachigen Raum seit dem Mittelalter der oberste Dienstmann eines vom Landesherrn zur Territorialverwaltung von Gutshöfen, Burgen und Dörfern geschaffenen Amtes, das zugleich ein Verwaltungs- und Gerichtsbezirk war. Er gehörte meist dem Adel oder dem Klerus an, in Städten oft auch den wohlhabenden Schichten des Bürgertums. Er residierte im Amthaus und trieb im Amtsbezirk die Steuern ein, sprach Recht und sorgte mit einer kleinen bewaffneten Einheit für Sicherheit und Ordnung. Ihre Entsprechung in Preußen und im Kurfürstentum Sachsen war der Amtshauptmann."
(Bron: Babylon vertaling, 25 februari 2018)

 

 

Ouders

Vader van Wisschel, Evert
Moeder van der Merwede, Johanne Daniels
         van Wisschel, Agnes

Families

Getrouwd Man Gijsels, Boudewijn Jan
  Kind.
  1. Gijsels, Adriaen Bouden
  2. Gijsels, Catarijne
  3. Gijsels, Jan

Media

Bijzonderheden

Kinderen van Christoph von Rolshausen de oudere en Agnes van Wischel:

1. Anna

2. Maria

3. Elisabeth

4. Christoph de Jongere:

Christoph von Rolshausen de Jongere trouwde eerst op 10. Juni 1583 met Margarethe
Print von Horcheim gt. v. d. Broel. Uit dit huwelijk werd een dochter Margaretha
geboren in 1587. Zij trouwde op 12 juni 1607 met Reinhard von Lützerode zu Forst.

Christoph von Rolshausen de Jongere trouwde daarna op 4 oktober 1589 te Düren
met Katharina von Palant. In de huwelijksakte stond o.a.:

„Christoph von Rolshausen, Sohn des gestorbenen Christoph von Rolshausen
und seiner gestorbenen Frau Agnes von Wischel"

In 1597 lieten zij het huis Rolshausen bouwen te Monschau. Tegenwoordig is het een
hotel, dat op zijn website het volgende vermeldt:

"Das Haus Rolshausen wurde im Jahr 1597 durch Christoph von Rolshausen und
seiner zweiten Frau Catharina von Palant erbaut. Beide Familien zählten zum
rheinischen Ur-Adel"

Christoph von Rolshausen de Jongere stierf op 20 januari 1616.

In de volgende samenvatting van een akte uit Nordrhein-Westfalen in Duitsland van 1617/1618
werd er aan de ene kant de Christoph van Rolshausen de Jongere genoemd. Zijn moeder was
Agnes van Wisschel ("Agnes Wessels") , die na haar eerste huwelijk met Boudewijn Jan Gijsels trouwde
met de vader van Christoph van Rolshausen, die eveneens Christoph van Rolshausen heette. Vanaf 1617
kwam Reinhard von Lützerode, de schoonzoon van de toen overleden Christoph van Rolshausen, in zijn
plaats. Aan de andere kant waren er de kleinkinderen uit het eerste huwelijk van Agnes van Wisschel,
namelijk Agnes Gijsels, weduwe van Godert Turck, Agnes van de Boetzelaer en de erfgenamen van Bertha
van de Boetzelaer. De laatsten werden vertegenwoordigd door de derde echtgenoot van Bertha van den
Boetzelaer, Joachim Gillis, burgemeester van Breda. Het proces ging over de goederen uit het bezit van
Agnes van Wisschel te Oosterhout. De samenvatting is niet heel duidelijk, onder andere vanwege de
rollen van appelant en appelaat die in de eerste rechtszaak en het hoger beroep dooreenlopen.

Archive in Nordrhein-Westfalen
Landesarchiv NRW Abteilung Rheinland
4786 - R 916/3175
Bestellung 1615 - 1618

Samenvatting van het archiefstuk, op de website van het archief:

« Kautionsstellung. Christoph van Rolshausen hatte als Kläger und Arrestant Forderungen gegen
den Appellanten geltend gemacht. Dieser stellte Rekonventionsforderungen, herrührend
von seiner Mutter Agnes Wessels und teilweise auf Güter aus deren Besitz in Oosterhout
(bei Breda; Niederlande), die die Appellatin unberechtigt innehabe, bezogen. Die Appellation
richtet sich dagegen, daß die Vorinstanz die von der Appellatin gebotene Kaution für die
Rekonventionsforderungen als hinreichend anerkannte. Der Appellant erklärt, nach dem
Tode ihres Mannes und ohne daß für die Kinder Vormünder bestellt seien, könne sie über
ihre Güter nicht mehr als freien Besitz, den sie uneingeschränkt zur Kaution stellen könnte,
verfügen. Sie habe für eine Summe von 2000 Gulden Güter in Oosterhout zur Kaution gesetzt,
der Streitwert liege aber weit höher. Außerdem sei die Funktion, im Falle seines Sieges im
Verfahren ihn mit seinen Forderungen sicherzustellen, so nicht erfüllt, da die Appellatin nicht
unter der Jurisdiktion des verfahrensführenden Gerichtes ansässig sei und er daher im Fall
seines Sieges nochmals ein Verfahren um die Beitreibung seines Anspruches anstrengen müßte.
Die Funktion der Konsorten wird nicht klar, sie allein unterschreiben aber die Vollmacht.
Der Appellant erhob Attentatsvorwurf, da die Vorinstanz trotz eingelegter Appellation in der
Hauptsache verfahre. In diesem Zusammenhang gab es mündliche Anträge des appellatischen
Prokurators. Das Protokoll schließt mit einem Completum-Vermerk vom 5. Juli 1617, dem nach
einem Visum-Vermerk ein Expeditum-Vermerk vom 19. Oktober 1618 folgt. Der Kammerbote
erfuhr beim örtlichen Prokurator des Appellanten, daß die Appellaten in Breda, Brabant, wohnen.
Da er keinen Befehl gehabt habe, die Ladung außerhalb des Reiches zuzustellen, erklärt er in der
Botenrelation, habe er 2 Ladungen in Kleve und Kalkar an den dortigen Rathaustüren angeschlagen
und die Ladung dem in Kleve wohnenden örtlichen Prokurator der Appellaten zugestellt. »

Aktenzeichen : R 916/3175

Enthaeltvermerke : Kläger: Christoph von Rolshausen, Herr zu Türnich; seit 1617 Reinhard von Lützerode,
Beklagter: Agnes Giesel, Witwe des Goddert Torck, und Konsorten, nämlich Agnes von Boetzelaer;
Mauritz, Catharina, Agnes und Elisabeth Sijdenburg, alle als Erben der Berta von Boetzelaer, in ihrem
Namen Joachim Gillis, Bürgermeister und Präsident zu Breda, (Kl.)
Prokuratoren (Kl.): Ricker (1615) ? Lic. Christoph Riecker 1617
Prokuratoren (Bekl.): Lic. Hermann Cran 1615
Prozeßart: Appellationis
Instanzen: 1. Fürstlich klevisches Hofgericht zu Kleve ? - 1615 ? 2. RKG 1615 - 1618 (? - 1617)
Beweismittel: Acta priora (Q 8 = Bd. 2).
Beschreibung: 2 Bde., 3,5 cm; Bd. 1: 1,5 cm, 22 Bl., lose; Q 1 - 9, Q 8 doppelt vergeben (hier und Bd. 2);
Bd. 2: 2 cm, 109 Bl., geb.; Q 8. Lit.: J. W. Des Tombe, Het geslacht van den Boetzelaer, bewerkt door
C. W. L. Baron van Boetzelaer, Assen 1969. S. 214.

Vertaling Duitse tekst

« Borgstelling. Christoph von Rolshausen had als klager en uitvoerder van gerechtelijke besluiten
('arrestant') vorderingen op de appellant doen gelden. Hij (Christoph) stelde tegeneisen vanwege
[de nalatenschap van] zijn moeder Agnes Wessels, deels betrekking hebbend op goederen uit haar
bezit in Oosterhout (bij Breda; Nederland) die de gedaagde ('appellate') onrechtmatig in bezit heeft.
Het hoger beroep is gericht tegen het toereikend vinden door de lagere rechtbank van de borg die
de gedaagde geboden heeft voor de tegeneis. De appellant verklaart, dat zij na de dood van haar
man en zonder dat voor de kinderen voogden zijn aangesteld, niet meer vrijelijk over haar goederen
kon beschikken en deze niet zonder beperking als borg kon laten dienen.
Zij had een bedrag van 2000 gulden aan goederen in Oosterhout als borg gesteld, terwijl de waarde
van de zaken waarover het geschil gaat veel hoger ligt. Bovendien zou het doel van het proces, te weten
om de vorderingen in geval van een overwinning zeker te stellen, op deze wijze niet bereikt worden,
omdat de appellante niet woonachtig is in het gebied onder de jurisdictie van het gerecht waar het
proces gevoerd wordt en hij dus als hij zou winnen opnieuw een proces zou moeten aanspannen
om zijn vorderingen te innen.
De functie van de consorten wordt niet duidelijk, zij ondertekenen alleen de volmacht.
De appellante maakt het verwijt van ondermijnen van de rechtsgang ('attentaat') omdat de rechtbank
van eerste aanleg ondanks het ingediende hoger beroep in de belangrijkste kwestie voortging met het
proces.
In samenhang hiermee zijn er mondelinge toezeggingen van de procureur van de appellanten.
Het protocol sluit met een "Completum" notitie van 5 juli 1617, waar na
een "Visum" notitie, een "Expeditum" notitie van 19 oktober 1618 volgt. De gerechtsdienaar
vernam bij de plaatselijke procureur van de appellanten, dat de appellanten in Breda, Brabant, wonen.
Daar hij geen bevel heeft gehad de dagvaarding buiten het Rijk te sturen, zoals hij verklaart in zijn
officiële verslag, heeft hij 2 dagvaardingen in Kleve en Kalkar aan de deuren van het Raadhuis aldaar opgehangen
en de dagvaarding aan de in Kleve wonende procureur van de appellanten gestuurd. »

Toelichting

arrestant - In de 16e eeuw is dit iemand die een gerechtelijk besluit ten uitvoer legt, van Latijn arrestare.
Het object van die handeling is de 'arrestaat'. Een voorbeeld daarvan is iemand in hechtenis nemen.
Vanaf de 18e eeuw is de arrestant echter juist degene die gevangen genomen wordt!
appellant - eiser in een beroepszaak; iemand die in appèl (in beroep) gaat.
appellaat - gedaagde in hoger beroep (oude juridische term)
'Appelant' en 'appelaat' staan in dezelfde verhouding tot elkaar als arrestant en arrestaat.
reconventie - tegeneis die een gedaagde bij zijn conclusie van antwoord tegen de eiser instelt bij dezelfde rechter,
waarvoor hij gedagvaard is, en die gelijktijdig - als het mogelijk is - met de eerste vordering (de eis in conventie) wordt afgedaan.
appellation - hoger beroep
jurisdictie - rechtsgebied
consorten - zij die in een een proces met anderen tot dezelfde partij behoren
attentaat - wat men doet in strijd met een rechterlijk gebod (oude juridische term); ondermijning van de rechtsgang
Afgeleid van Latijn attentare - aantasten. Vergelijk appelaat, arrestaat.
(NB: De hedendaagse betekenis van 'Attentat' in het Duits is 'aanslag', maar met 'Tat' en 'Täter' heeft het woord dus niets uitstaande!)

 

Naaste verwanten

  1. van Wisschel, Evert
    1. van der Merwede, Johanne Daniels
      1. van Wisschel, Agnes
        1. Gijsels, Boudewijn Jan
          1. Gijsels, Adriaen Bouden
          2. Gijsels, Catarijne
          3. Gijsels, Jan

Voorouders

Bronverwijzing

  1. Heinz Schmitt: Die Ritter und Freiherrn von Rolshausen und ihre Herrschaft Trimport in der Südeifel