van Loo, Maycke 1 2a 3 4 5

Geboortenaam van Loo, Maycke
Geslacht vrouwelijk
Leeftijd bij overlijden 62 jaren, 10 maanden, 17 dagen

Gebeurtenissen

Gebeurtenis Datum Locatie Beschrijving Opmerkingen Bronnen
Geboorte 1595    

Zij overleed op 18 november 1657 op 62-jarige leeftijd,
en is derhalve kort vóór november 1595 geboren.

3
Overlijden 1657-11-18 Leeuwarden  

Zij is overleden op 62-jarige leeftijd.

In het Stamboek van den Frieschen Adel wordt melding
gemaakt van een proces, vermeld in de Hypotheekboeken van Leeuwarden,
van Adriaantje van Loo tegen Dr. Jacobus van Loo,
verschijnende voor Dr. Albertus van Loo, Adigerus Adius (zoon),
Johanna Adius (dochter) en Agniet Gravius, namens haar kinderen
bij Lambertus Adius (mede zoon), erfgenamen voor drie vierde,
van Maijcke van Loo (die gehuwd is geweest aan
Adigerus Adtje Lamberts Adius), hunne moeder en bestemoeder.
Als datum werd vermeld 14 juli 1658.

Uit het bovenstaande blijkt, dat Maycke van Loo
voor 14 juli 1658 is overleden.
Adriaantje van Loo was de halfzuster van Maycke van Loo en Albertus van Loo,
een dochter uit het eerste huwelijk van Jacob van Loo.
Dr. Jacobus van Loo was de zoon van Albertus van Loo, broer van Maijcke,

Een bestemoeder is een grootmoeder.

3 6a

Ouders

Vader van Loo, Jacob
Moeder Eilertsdochter, Maycke
         van Loo, Maycke
    Broer     van Loo, Albertus

Families

Gehuwd Man Adius, Adigerus
   
Gebeurtenis Datum Locatie Beschrijving Opmerkingen Bronnen
Huwelijksafkondiging 1619-02-26 Leeuwarden  

Leeuwarden, huwelijken 1619
Vermelding: Ondertrouw op 26 februari 1619
Man       : Adigerius Adius
Vrouw     : Maeycke van Loo

"Den 26en Februarij 1619
Adigerus Adius Juris Utriusque Doctor
Ende Advocat voor den Hove van Friesland
Ende Maijcke van Loo sijn de proclama-
tien hender Acte geaccordeert"

Toelichting:
Juris Utriusque Doctor - Doctor in de
beide rechten, zowel het Romeinse recht
als het canonieke (kerkelijke) recht.

7
Huwelijk 1619-04-04 Leeuwarden  

Leeuwarden, huwelijken 1619
Vermelding: Bevestiging huwelijk op 4 april 1619
Man       : Adigerius Adius
Vrouw     : Maeycke van Loo
Opmerking : hij is doctor en advocaat voor het Hof van Friesland

"Adigerius Adius Juris Utriusque doctor
Ende Advocat voor den hove van Frieslandt
Ende Maeijcke van Loo zijn voor dee Ersten
Reis auffgelesen op den 28 februarij 1619
Ende voor dee twede Reis op den 7 martius
1619 ten derde op den 14 ende zin bevesticht op de
4 Aprilis Anno 1619 Dor
Ringenerius"

Toelichting:
Ringenerius - Ds. Regnerus Hachtingius, predikant te Leeuwarden van 1591 - 1626.

 

8
  Kind.
  1. Adius, Adigerus
  2. Adius, Jacobus
  3. Adius, Lambertus
  4. Adius, Johanna
  5. Adius, Maycke

Media

Bijzonderheden

Maycke van Loo en haar broer Albertus van Loo werden in 1637 vermeld als kopers
van landgoederen nagelaten door burgemeester Dr. Rombertus van Uylenburgh en zijn vrouw
Sjoukje Osinga. Rombertus van Uiylenburgh was overleden in 1624 en zijn vrouw
al in 1619. Het betreft hier drie landgoederen, gelegen in Tietjerk, Nijemirdum en Rijperkerk,
de laatste werd Ulenburgstate genoemd. Deze bezittingen werden door hun acht kinderen verkocht,
onder hen was Saskia van Uijlenburgh, de vrouw Van Rembrandt.
De eerste twee zathen werden na 1624 verkocht aan (vermoedelijk) Adigerus Adius, overleden op 14 mei 1634,
en Dirck Alberts, boekverkoper uit Leeuwarden.
Ulenburgstate werd in 1634 gekocht door Jufr. His van Emingha, weduwe van Haringh van Sythiema
en Dr. Albertus van Loo en zijn vrouw Neeltie Rommertsdr. bij "strijckgelt" van 2900 goudguldens
van de erfgenamen van Dr. Rombertus en zijn vrouw.
In 1637-1638 was een gedeelte van deze laatste koopsom - 604 gl. 4 st. 9 p - nog niet voldaan.
Er werd daarom een proces gevoerd om de rest van het geld op te eisen. De gedaagden verweerden zich
door te stellen, dat nog niet aan alle voorschriften voor de verkoop door minderjarigen - Hiske en Saskia -
was voldaan en dat voorts was gebleken, dat Idzerts aandeel door een bepaling in het testament
van zijn vader met fideicommis was bezwaard, terwijl bovendien werd gewezen op de grote schulden
die Gerrit van Loo had, waarbij de gedaagden vreesden tweemaal voor de kooppenningen
te worden aangesproken. Wat dit proces betreft, kregen de eisers hun zin en moest het
restant worden betaald, met schade en interesten bezwaard (uitspraak 30 januari 1638).

Opm:
Een Fideï-commis, ook fideï-commissaire substitutie of erfstelling over de hand is een goed of beschikking
waarvan in een testament is vastgelegd dat daarover niet in een volgend testament kan worden beschikt,
maar dat het een aangewezen erfgenaam moet toevallen.
De fideï-commisgoederen speelden een grote rol in de geschiedenissen van adellijke families.
Door een fideï-commis te vestigen kon men bewerkstelligen dat het stamslot of een bepaald vermogensbestanddeel
niet kon worden vervreemd of zou worden geërfd door een getrouwde dochter en in de hand van een ander geslacht zou komen.
(Bron: wikipedia.org)

Nadere gegevens over de kinderen van Rombertus van Uylenburgh en hun echtgenoten zijn te vinden
in de Galerij op een pagina uit het Stamboek van de Friese Adel. Opvallend is dat Rembrandt
van Rijn hier niet is vermeld. Ook zijn er bladzijden uit het artikel "Rembrandt en zijne familie"
(1941) opgenomen. Verder is voor het bovenstaande gedeelte informatie overgenomen uit het
artikel "De van Loo's in de omgeving van Rembrandt" (1981).

Met deze kennis in gedachten is onderstaande cessie (=levering van vordering op naam) uit 1637
beter te begrijpen. De dochters werden natuurlijk door hun echtgenoten vertegenwoordigd.
Zoon Rombertus of zijn vrouw werden niet genoemd, vermoedelijk omdat hij al in 1631 was overleden.
Waarom Ulricus deze cessie aanvroeg is nog niet duidelijk. Het origineel van deze akte met transcriptie
staat in de Galerij.

Hypotheekboeken Tietjerksteradeel

Archief Nedergerecht Tietjerksteradeel, hypotheekboek 1637
Datum: 23 juni 1637

Cessie; dr. Ulricus Ulenburg, mede advocaat voor het Hof van
Friesland, cedeert aan Gerryt Loo, secretaris van het Bildt, de
monstercommissaris François Côpal en Rembrant van Rhijn,
zijn zwagers, als mannen en voogden over zijn zusters, alsmede Jeltie
Ulenburg, en professor Joannes Maccovius te Franeker, de laatste
als vruchtgebruiker van de nalatenschap ("usufructuarus haeres") van wijlen
Anne Ulenburg, het aandeel koopsom, zijnde 1/8, dat hem voor dezen
heeft gecompeteerd van Maeycke Loo, als moeder van haar kinderen bij
wl. dr. Adigerus Adius, en Dirck Alberts, boekverkoper te Leeuwarden, als
kopers van zekere zaten lands te Tietjerk en Nijemirdum.
Idzart Ulenburg, luitenant onder kapitein jr. Hessel van Aylva cedeert aan zijn zwager
dr. Gerardus Loo, voor zichzelf en als man en voogd van Hiske Ulenburg,
zijn aandeel in de koopsom van voornoemde twee zaten, alsmede
van de zate te Rijperkerk, genaamd "Ulenburgs state", gekocht door
juffr. His van Eminga weduwe Sytsma en dr. Albertus Loo cum uxore.
Ulricus Ulenburg maakt het voorbehoud: "onverkort mijn recht neffens seeckere twee hondert
caroli gls., soo mij uyt mijn w. ouders erffenisse noch sijn competerende ende
uyt voors. Jeltie aenpart moeten geworden, met d'accessorien van dien". Deze
cessie is voorgelezen door een bode van het Hof van Friesland, maar door de
tegenpartij verworpen "vermits d'menigvuldige oncosten die voor desen op die
selffde penningen waren gedaen". Geregistreerd 26 juni 1637 ten verzoeke van
Gerryt Loo

Origineel: Tresoar, toegang 13-38, inv.nr. 90, fol. 136v

Kort na deze registratie, op 5 juli 1637, zouden Dr. Albertus van Loo en Maycke van Loo gezegd hebben, dat Saskia
van Uylenburgh "met pronken en pralen" haar ouderlijk erfdeel verkwist had.
In 1638 werden Maycke van Loo en haar broer Albertus door Rembrandt van Rijn ter verantwoording
geroepen, omdat zij deze lasterpraat hadden verspreid over Rembrandts vrouw Saskia.
Deze kwestie werd als volgt vermeld in het artikel "Rembrandt's verwarde zaken" door Jan Veth
in het tijdschrift De Gids van 1906:

"Daarnaast zijn echter ook de aktes tot ons gekomen van een ander en kurieuzer proces uit 1638,
zonder eenigen twijfel door Rembrandt zelf en alléén gewild in driftige verontwaardiging,
- al zal zijn zwager Dr. Ulricus Ulenburch, die als advocaat daarin voor hem optreedt,
hem er niet van hebben teruggehouden.
In de aanklacht worden ‘Mayke van Loo, wedue van Dr. Adigerus Adius, sampt Dr. Albertus Loo,
mede Advocaet voor desen hove’ (broeder en zuster van den reeds genoemden Gerrit van Loo, Saskia's zwager),
door Rembrandt ter verantwoording gedaagd, omdat zij ‘op den 5den July naestverleden haer niet hebben
ontsien op seeckere declaratie van schaden ende interessen, in plaetse van diminutien, te stellen
ende laeten stellen respectivelyck, dat d' Impetrants voorsz huysfrouwe met pronken ende praelen
haer ouders erffenisse hadde verquist, welcke injurie, 't enemael (Godtloff) met de waerheijt strijdende,
alzoo d' Impetrant (sonder wettelycke rechtsmiddelen ende defensien te gebruyken) niet can laeten passeren.’
Om verder het leugenachtige van die aantijging in het licht te stellen, beroept Rembrandt zich erop,
dat ‘hij Impetrant ende sijn huysfrouwe voorsz. rijckelyck ende ex superabundanti sijn gegoediget
(waervan sij den Almachtigen nummerweer genochsaem connen dancken.)’

De vordering werd afgewezen, wat wel niet verwonderen kan, daar weinig dingen zoo moeielijk zijn
na te speuren als een praatje. Dat de aangeklaagden hun geweten intusschen toch niet heel zuiver voelden,
mag worden opgemaakt uit hun zwak en onzeker verweer zelf.
Eerst verklaren zij dat, àls er dan door hen zoo iets gezegd is, dit enkel Saskia's zuster Jeltje Ulenburch gold,
voor wie er iets van waar schijnt geweest te zijn; en met dat al zijn zij zoo weinig gerust op den uitslag,
dat zij verzoeken, indien zij onverhoopt ook tegenover Rembrandt tot eenige schadevergoeding mochten
worden veroordeeld, de geëischte f 128 te verminderen tot f 8,
‘de Impetranten sijnde maer een schilder ofte schildersvrouw, ende alsoo private personen.’

Opm:
Volgens onze gegevens was Gerrit van Loo niet de broer van Maycke en Albertus van Loo,
zie familie-overzicht in de Galerij.

impetrant - eiser voor het gerecht
injurie - belediging

In 1981 beschrijven Bontekoe en Kutsch Loienga deze zaak o.a. als volgt:

"Zo deed op 16 juli 1638 het Hof van Friesland uitspraak in een proces, wegens injurie (belediging),
dat Rembrandt mede namens Saskia had aangespannen tegen Maycke van Loo, wed. van Dr. Adigerus Adius
en haar broeder Dr. Albertus van Loo, die zelf als advocaat voor beiden optrad.
Rembrandts zwager Dr. Ulricus Ulenburch was diens pleitbezorger. Eiser stelt, dat hoewel hij en zijn vrouw
"rijckelijck ende ex superabondanti sijn begoedigt", gedaagden zich niet hadden ontzien op 5 juli l.l. (1637) op een
schadedeclaratie te stellen - in plaats van verweer - "dat dImpetrants voorsz huysvrouwe met pronken
ende praelen haar ouders erfenisse hadde verquist". Hij vroeg boetedoening en 64 goudguldens voor
hemzelf en een zelfde bedrag voor zijn vrouw.

Maycke van Loo zei niet te weten, wat haar broeder namens haar te harer verdediging heeft aangevoerd
en mocht hij toch iets hebben gesteld wat als een belediging zou kunnen worden opgevat,
hem daartoe geen opdracht te hebben gegeven.
Zij werd m.a.w. ten onrechte aangesproken. Dr. Albertus van Loo legde een kopie van de declaratie
in kwestie met het daartegen gevoerde verweer over, waaruit moet blijken, dat in de aanhef
alleen Jeltie Ulenburch genoemd wordt en derhalve alleen Jeltie zich beledigd zou kunnen voelen.
Rembrandt noch Saskia werden genoemd en er was ook niet aan hen gedacht.
Albertus bood aan een en ander onder eede te bevestigen. En mocht Jeltie zich toch beledigd voelen,
dan had zij zich in feite al gerevancheerd door een marginale aantekening van Ulenburch op het verweer,
waarbij de woorden van gedaagden zo verdraaid zijn dat zij zich tegen hen zelf richten.

Mocht het Hof de klacht toch gefundeerd vinden en geen compensatie - wegens omdraaing van de
belediging - plaats vinden, dan bood Albertus aan om 8 goudguldens te betalen aan één van de eisers
"sijnde maer een schilder ofte schildersvrouw, ende alsoo private personen".
Gehoord o.m. de eed van Dr. Loo, verklaarde het Hof in zijn uitspraak eiser niet ontvankelijk
en compenseerde de kosten.

Uit het bovenstaande valt af te leiden, dat een proces tussen Jeltie en wellicht andere Ulenburch's
- triumphanten" en Maycke van Loo weduwe van Dr. Adius met haar kinderen in het voordeel van
eerstgenoemden was beslist. In een procedure over de tenuitvoerlegging van het vonnis had
Dr. Ulricus Ulenburch namens Jeltie een schadestaat overlegd, waartegen Dr Albertus van Loo
zich namens zijn zuster verweerde en waarschijnlijk vanwege het exorbitant hoge bedrag
van de declaratie de denigrerende woorden had gebruikt.

De slottirade dat gedaagden slechts bereid waren 8 goudguldens te betalen omdat het gaat
om "maer een schilder ofte schildersvrouw", wordt in de literatuur over Rembrandt nogal eens
als denigrerend uitgelegd, o.i. ten onrechte, omdat het alleen een vaststelling is, dat eisers
"private personen" zijn en dan "volgens d'ordonnantie" (i.c. de Landsordonnantie van 1602
lit. 2 tit. 2 par. 1) een ander tarief gold.
Het is ons nog niet gelukt stukken over het bodemgeschil - tussen Jeltie en Maycke van Loo -
te achterhalen. Aangezien Maycke daarbij uitdrukkelijk namens haar kinderen optrad,
valt te denken aan een proces over Adius-belangen".

De familierelatie tussen de Van Loo's en de Ulenburch's is weergegeven in het schema in de Galerij.
Jeltie Ulenburch was een zuster van Saskia Ulenburch, de vrouw van Rembrandt.
Neeltje Rommerts Ulenburch, getrouwd met bovengenoemde Dr. Albertus van Loo,
was een achternicht van Saskia Ulenburch.

Saskia van Uijlenburg was gedoopt op 2 augustus 1612 te Leeuwarden:

Leeuwarden, dopen, doopjaar 1612
Gedoopt op 2 augustus 1612 in Leeuwarden
Dopeling: Saske
Vader: Wilenburch
Moeder:

Haar huwelijk was op 22 juni 1634 in St. Annaparochie:

Bildt, het, huwelijken 1634
Vermelding: Bevestiging huwelijk op 22 juni 1634 in St. Annaparochie
Bruidegom: Rembrant Hermens van Rhijn afkomstig van Amsterdam
Bruid: Saskia van Ulenborgh afkomstig van Franeker

Naaste verwanten

  1. van Loo, Jacob
    1. Eilertsdochter, Maycke
      1. van Loo, Albertus
      2. van Loo, Maycke
        1. Adius, Adigerus
          1. Adius, Adigerus
          2. Adius, Jacobus
          3. Adius, Lambertus
          4. Adius, Johanna
          5. Adius, Maycke

Voorouders

Bronverwijzing

  1. Hypotheekboeken Tietjerksteradeel, Collectie Pieter Nieuwland
  2. De Gids
      • Datum: 1906
      • Pagina: Jan Veth, "Rembrandt's verwarde zaken", jaargang 70, pagina 14
  3. "De van Loo's in de omgeving van Rembrandt"
  4. Doopboek Hervormde gemeente Leeuwarden
  5. Trouwboek Hervormde gemeente St. Annaparochie
  6. Stamboek van den Frieschen adel (1846)
      • Datum: 1846
      • Pagina: Aantekeningen Van Loo, deel 2, pagina 180, 181,
  7. Trouwregister Gerecht Leeuwarden
  8. Trouwregister Hervormde gemeente Leeuwarden