Thomas Farret

Een 16e eeuwse immigrant

Eén van de oudste met zekerheid vastgestelde voorouders in ons bestand is Thomas Farret, van wie Menno Tjoelker via verschillende generaties van de families Van der Kleij, Dissius en Farret een afstammeling is. Over het leven van Thomas Farret is na rond 400 jaar opmerkelijk veel bewaard gebleven, hetgeen het mogelijk maakt een wat uitgebreider verhaal over hem te vertellen.

Thomas Farret was niet een man die de geschiedenis een andere wending gaf, maar andersom bepaalde de 'grote geschiedenis' dat zijn leven een wending kreeg die ertoe leidde dat deze Engelsman een voorvader werd van de Nederlander Menno Tjoelker.

Thomas Farret werd vermoedelijk geboren in Hereford (uitgesproken als 'hɛrɨfəd), een provinciestad niet ver van de grens met Wales, rond 1570. In het voorjaar 1593 duikt hij op in Londen, als hij begin 1593 gevangen gezet wordt wegens het bijwonen van een bijeenkomst van 'Brownists', volgelingen van Robert Browne, maar een algemene aanduiding voor protestanten in die tijd. Op de verklaring zich te zullen aanpassen (aan de leer van de Church of England) wordt hij op borgtocht vrijgelaten. Hij wordt bij deze gelegenheid vermeld als 'servant to William Greene of Aldersgate streete'.

Er heerste in deze tijd geenszins vrijheid van godsdienst in Engeland. Nadat koning Hendrik de Achtste in conflict raakte met de paus, scheidde de Church of England (de Anglicaanse Kerk) zich in 1534 af van de Rooms-Katholieke Kerk en werd uiteindelijk de Engelse staatskerk met het staatshoofd als opperste gezag. Onder koningin Elizabeth I werd bepaald dat de Church of England zowel 'Catholic' als 'Reformed' was; een aantal leerstukken van de protestanten werden overgenomen door de Church of England, maar de Episcopale organisatie werd gehandhaafd.

Tegen het eind van de 16e eeuw kwamen verschillende groepen op die de Kerk verder wilden hervormen, bekend als 'Dissenters' ofwel dissidenten. Sommigen wilden alleen een interne reformatie ('non-separating Puritans'), anderen ('Separatists') wilden niets meer met de Church of England van doen hebben omdat ze die als door en door corrupt zagen. Verscheidene aanhangers hebben hun overtuiging duur moeten bekopen; velen werden gevangen gezet, enkele werden zelfs opgehangen.

De Presbyterianen waren separatisten, die een eigen kerk stichtten met een andere kerkorganisatie. De basis van de presbyteriaanse kerkvorm vormen de 'congregations' (gemeenten) met een 'session' of op het Europese vasteland een 'consistory' (kerkeraad) bestaande uit door de leden gekozen 'elders' (ouderlingen). Groepen van gemeenten vormen een 'presbytery' of 'classis'. De gemeente kan een 'teacher' of 'minister' beroepen, maar voor de benoeming is instemming van de classis nodig. Theologisch volgen de Presbyterianen het gedachtengoed van Calvijn.

Vanwege de vervolging en de onmogelijkheid om bijeenkomsten op een vaste plaats te houden, weken vele 'Dissenters' uit naar de Nederlanden, waar op verscheidene plaatsen English Reformed Churches (congregations) ontstonden. Zo werd in 1607 de Engelse Hervormde Kerk in Amsterdam gesticht. Deze voegde zich in het kerkverband van de Nederlandse Gereformeerde (of Hervormde) Kerk. Zij kregen een voormalige kapel van de Begijnen als kerkgebouw. In 1607 telde de gemeenschap omstreeks 300 zielen.

Thomas Farret is in het jaar 1607 een van de lidmaten van deze kerk in Amsterdam, samen met zijn (eerste) vrouw Joane, elders genoemd Jannetjen Jans, met wie hij voor 1604 getrouwd is. Zijn beroep is dan embroiderer, borduurwerker.

Thomas trouwt voor de tweede maal in 1609, met Abigael Weens. Hun zoon John wordt in 1611 gedoopt.

In 1617 koopt Thomas Farret een huis aan de Rechtboomssloot in Amsterdam, dat hij in 1644 weer verkoopt. Op basis van de akten kunnen we de plaats van zijn huis precies aanwijzen, maar helaas staat het er niet meer.

Oschoon Thomas tot de lagere standen gerekend moet worden (volgens een latere bron zou hij zelfs in 1640 financiële steun van de kerk hebben ontvangen, wat we niet hebben kunnen terugvinden in de gearchiveerde documenten en niet waarschijnlijk lijkt), blijkt hij te kunnen schrijven en niet te schromen om zijn mening te geven.In 1637 schrijft hij aan de kerkeraad dat hij van oordeel is dat voorganger Pott in het openbaar schuld moet belijden wegens het verzuimen om een psalm te laten zingen na het Avondmaal. Hij is daarin zeer vasthoudend. Tot tweemaal toe vermaant de Consistory hem (hij had rev. Pott privé moeten aanspreken en niet naar de Consistory moeten komen met de kwestie), maar Farret accepteert dat niet. In 1639 bekleedt hij de functie van 'Reader' binnen de kerk.

De geschiedenis van de Engelse gereformeerden is vol van onderlinge twisten en afscheidingen - ook buiten Engeland. Soms gaat het daarbij om theologische meningsverschillen, soms ook om persoonlijke tegenstellingen. Thomas Farret schijnt zich daar, ondanks zijn scherpslijperij over openbare schulbekentenis door reverend Pott, buiten gehouden te hebben. Hij gaat niet mee met de groep rond reverend Ainsworth, die eerst naar Emden verhuist en daarna een moeizame reis naar Virginia onderneemt, maar blijft in Amsterdam.

In 1644 verkoopt hij zijn huis aan de Recht Boomssloot. Mogelijk is hij toen al bij zijn zoon in Woerden ingetrokken, maar in 1646 komen we zijn naam nog een keer tegen in de notulen van de consistory, als hij er met enkele anderen erop aandringt dat de zittende ouderlingen en diakenen hun werk voortzetten en op zoek gaan naar een nieuwe voorganger.

In januari 1647 ligt Thomas Farret ziek te bed bij zijn zoon Josua in Woerden en laat een notaris komen om zijn testament te maken. Behalve bepalingen omtrent zijn nalatenschap en zijn begrafenis staan er in het testament ook de nodige uitingen van zijn vroomheid waarvan je je afvraagt waarom die in een testament moeten worden vastgelegd.
Als eerste laat hij 200 Caroliguldens na ten behoeve van zijn op dat moment vijfjarige kleinzoon Thomas, die geholpen ('gesneden') is voor nierstenen maar nog niet geheel genezen. Het blijkt dat er een aanzienlijke erfenis is. Zo zijn er onder andere enkele obligaties, ter waarde van 3000 Caroliguldens.

Burgem. raam, Oude Kerk, Amsterdam

Zijn nazaten integreren snel in de Nederlandse samenleving en stijgen snel op de maatschappelijke ladder. Zoon John Thomas Farret heeft invloedrijke vrienden zoals Petrus Stuyvesant, met wie hij een correspondentie in dichtvorm onderhoudt, en is o.a. fiscaal voor de West-Indische Compagnie op Curaçao. Familie- wapen Farret Later maakt hij deel uit van het stadsbestuur van Woerden. Een latere nazaat, Johan Pieter Farret (1744-1822) is onder andere lid van de Nationale Vergadering (1795) en van de Commissie van Constitutie(1796); in 1803 is hij wethouder van Amsterdam. Vanwege die functie is zijn wapen afgebeeld op de Burgemeestersramen van de Oude Kerk.

Buiten de historische gegevens uit de archieven over Thomas Farret hebben we voor het bovenstaande verhaal geput uit de Engelstalige Wikipedia (met name de artikelen Church of England, Presbyterianism, Henry Barrowe en Robert Browne) en uit 'The Early English Dissenters', deel 1 en 2, (Champlin Burrage, 1912, Google Books).
Specifiek over de familie Farret gaat het artikel Genealogie van het geslacht FARRET, door J.D. Uhlenbeck, De Nederlandse Leeuw 1937 (jrg. 55) 179-185. De informatie in dit artikel is niet 100% betrouwbaar, maar Uhlenbeck heeft inzage gehad in bronnen die niet eenvoudig te traceren zijn (familiearchieven); wij hebben hieruit enkele malen geput, zoals aangegeven op de desbetreffende bladzijden.

Menno Tjoelker, 2013, herzien 27 april 2015


Terug