De herkomst van de naam Tjoelker

Familienamen (achternamen)

Het is interessant om na te gaan, waar familienamen vandaan komen. Een belangrijke bron voor informatie daarover is het werk De nederlandsche geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en beteekenis van Johan Winkler (twee delen, uitgeverij Tjeenk Willink, Haarlem, 1885). Project Gutenberg heeft dit boek getranscribeerd/gedigitaliseerd en vrij beschikbaar gemaakt; er is een moderne uitgave, in gemoderniseerd Nederlands en met name op het punt van migrantennamen aangevuld door Jan Nijen Twilhaar (SDU, Den Haag, 2006). Winkler behandelt de hem bekende achternamen in Nederland en Vlaanderen op systematische wijze, te beginnen bij achternamen ontleend aan mannenvoornamen (de patronymia). Verschillende categorieën komen vervolgens aan bod, afleidingen van aardrijkskundige namen, beroepen, persoonlijke eigenschappen, dierennamen enzovoort. Daarbij gaat hij ook in op regionale verschillen. Sommige namen (bijvoorbeeld ‘De Haan’ en varianten daarop, komen in het hele Nederlandse taalgebied voor, van Duinkerke tot Roodeschool, andere zijn strikt regionaal.

Vóór Napoleon iedereen verplichtte om een familienaam te registreren (toen na de inlijving van het Koninkrijk Holland door het Franse Keizerrijk in 1810 de Franse Code Civil van kracht werd) was er weinig geregeld voor wat betreft familienamen. In sommige streken werden familienamen buiten adellijke of anderszins ‘voorname’ families zelfs nauwelijks gebruikt (voor de adel was de verwantschap met de rij van voorouders die wordt uitgedrukt door de familienaam natuurlijk de kern van hun adeldom!). Vooral in Friesland en Groningen werden ook lang na 1811/1812 buiten officiële stukken nog de patronymia gebruikt in plaats van de officiële familienamen (bijvoorbeeld ‘Meindert Wytzes’ voor een persoon die officiëel als Meindert Tjoelker te boek staat). Vergelijk de Russische gewoonte om mensen met een patronimium aan te duiden, zoals Vladimir Iljitsj (Lenin) of Dmitri Dmitrijevitsj (de muziekliefhebber weet wie ik bedoel😏). Waar wel familienamen werden gebruikt, variëerde niet alleen de spelling nogal eens, ook nam men af en toe zomaar een andere ‘familienaam’ aan. Een en ander maakt het werk van een genealoog er niet gemakkelijker op; het leidt gemakkelijk tot persoonsverwisselingen, maar dat terzijde.

Naamsaannemingen

Waar in de zuidelijke gewesten familienamen al langer gangbaar waren, was dat in de noordelijke provincies rond 1800 niet het geval. Als gevolg daarvan moesten velen een naam verzinnen toen het hebben van een familienaam verplicht werd. Er ontstonden zodoende op dat moment veel familienamen die voordien nog niet bestonden; de naamsaannemingsdocumenten zijn de oudste vermeldingen van deze namen. Op onze site hebben we een aantal van dergelijke documenten opgenomen, bijvoorbeeld die van de familie Tjoelker. Soms zijn deze documenten in het Frans gesteld, soms in het Nederlands.

De naam Tjoelker

Sommige familienamen zijn onafhankelijk van elkaar op meer plaatsen ontstaan, bijvoorbeeld Smit of Jansen of Schuuring(!). Dragers van zo'n naam zijn dan ook niet noodzakelijk afstammelingen van dezelfde voorouders (of het moet al héél ver terug zijn!). De naam Tjoelker is echter uniek: alle personen met de naam Tjoelker stammen af van dezelfde voorouders (in de 18e eeuw).

Over de regionale herkomst van de naam Tjoelker kan weinig twijfel bestaan: de lettercombinatie aan het begin laat meteen zien dat het om een naam uit Friesland gaat. De combinatie ‘tj’ of ‘tsj’ komt veelvuldig voor in het Fries, denk bijvoorbeeld aan het Friese woord voor kerk, tsjerke. De naam Tjoelker is dan ook geregistreerd in Augustinusga in Friesland.

In 1699 kocht de jonge weduwe Ryckeltje Lammerts uit Harkema een boerderij in Augustinusga, genaamd de Tjoele (of Tsjoele). Het was een aanzienlijke boerderij, gebouwd op een verhoging, met een gracht eromheen. Bij de boerderij hoorde een flink stuk land. (Op de pagina over Ryckeltje hebben we er een afbeelding van deze boerderij, uit veel later tijd.) De Tjoele wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1570. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat de boerenplaats vermoedelijk niet ouder is dan de eerste helft van de 16e eeuw, dus van ná de Middeleeuwen. Ook het gebied rond de Tjoele stond (en staat) onder die naam bekend. Tot 1905 hebben nakomelingen van Ryckeltje Lammerts er geboerd.

Toen de twee broers Jilles en Wytze Jans, achterkleinkinderen van bovengenoemde Ryckeltje, in 1811 een familienaam moesten aannemen, kozen ze voor ‘Tjoelker’. De uitgang -ker is in het Fries niet ongebruikelijk voor ‘afkomstig van’. Winkler noemt als andere voorbeelden Pypker (van een ‘pîp’ oftewel een gemetselde stenen boogbrug), Duinker en Blesker (van het gehucht De Blesse). Een Tjoelker is dus iemand die afkomstig is van de Tjoele. Mogelijk werd de naam voordien ook wel gebruikt, maar hij staat (voor zover ons bekend) niet op schrift vóór de naamsaanneming.

De naam Tjoele

Zo'n verklaring roept natuurlijk meteen de volgende vraag op: waar komt de naam Tjoele dan vandaan? Die vraag is niet met 100% zekerheid te beantwoorden; in het hedendaagse Fries bestaat geen woord T(s)joele of iets wat daarop lijkt. Het meest aannemelijk is dat het komt van het Oudfriese woord ‘tyola’ dat onder andere tafel (in de betekenis van tabel) of (juridisch) register betekent. T(s)joele zou dan staan voor ‘geregistreerd stuk land’. Andere mogelijke verklaringen (uit diverse bronnen) staan vermeld in het boek De Tjoelkers en de Tsjoele door Wytse Tjoelker (Leeuwarden 1990-1992, in het Fries).

Menno Tjoelker, 27 september 2018


Terug