David Kaspers


Een bigamist ontmaskerd, rond 1800

Op 1 maart 1772 wordt in Lagemeeden, een kilometer of zes ten westen van de stad Groningen, een zoon van de zesentwintigjarige Elske Jacobs ten doop gehouden, genaamd David (Caspers). Hij is ‘in onecht’ geboren; pas in 1778 trouwt Elske Jacobs, met Casper Jacobs van Schraa, afkomstig van Enumatil. Desalniettemin noemt David deze Casper Jacobs van Schraa later zijn vader en neemt hij de naam David Kaspers aan. David trouwt in 1794, op 22-jarige leeftijd, in Grijpskerk met Nieske Fokkes, van Grijpskerk, die viereneenhalve maand later bevalt van hun eerste kind, dat de naam Fokke krijgt.

Ruim vóór 1802 verdwijnt David echter: het volgende kind van Nieske Fokkens, dat geboren wordt in 1802, is ‘in onecht geboren’. Als David's zoon Fokke in 1815 trouwt, wordt toestemming daarvoor verleend door diens moeder en door zijn grootvader van vaderszijde, omdat ‘wijlen David Caspers op een clandestiene wijze zich geabsenteerd’ heeft. Bij het overlijden van Nieske Fokkens, in 1826, wordt vermeld ‘gehuwd met David Kaspers, wiens beroep en woonplaats is onbekend’. Het wordt klaarblijkelijk als vaststaand feit aangenomen, dat David zich uit de voeten heeft gemaakt en elders voortleeft, ofschoon hem net zo goed een ongeval overkomen zou kunnen zijn. Nergens is te vinden dat zijn vrouw ooit heeft geprobeerd hem dood te laten verklaren, wat haar in staat zou stellen wettig te hertrouwen. Had ze toch nog hoop, dat hij tot inkeer zou komen? Of was ze eenvoudigweg te weinig ontwikkeld om dergelijke stappen te kunnen of durven zetten?

Voor zijn vrouw Nieske, zoon Fokke en de lokale overheid is David eenvoudigweg verdwenen, maar ruim tweehonderd jaar later zijn we dankzij gedigitaliseerde archieven in staat David's gangen na zijn vertrek uit Grijpskerk na te gaan: in 1811 duikt hij weer op in Alkmaar, waar hij als 39-jarige (opnieuw) trouwt, met Louisa Johanna Margaretha Schup(p), 20 jaar oud en van Duitse afkomst. Haar vader kwam uit Sulzbach in Rheinland-Pfalz (West-Pfalz, een kilometer of 80 ten Noordoosten van Saarbrücken). Bij zijn huwelijk wordt vermeld, dat David ‘geboren is uit het wettig huwelijk deszelfs ouders’, wat zoals boven aangegeven ook niet geheel in overeenstemming is met de waarheid. Zijn vader speelt het spelletje mee: hij verleent schriftelijk toestemming voor het huwelijk, zonder te reppen van het eerdere huwelijk, maar geeft anderzijds enkele jaren later toestemming voor het huwelijk van David's zoon Fokke, omdat David zoek is ('op clandestiene wijze zich geabsenteerd heeft'). Louisa is Evangelisch-Luthers en ook David treedt toe tot de Evangelisch-Lutherse kerk.

In 1819 sterft Louisa en ruim een jaar later, op 2 november 1820, hertrouwt David. Hij is dan 47 en zijn nieuwe vrouw 28, maar reeds weduwe. Nog steeds is David bezig zijn verleden te verdoezelen. Bij de huwelijkse bijlagen is een verklaring ondertekend door ‘R.K. Drijfhamer, Pastoor der Evangelische Lutersche gemeinte zu Delmhorst in das Oldenburgse’ ¹ over het overlijden van zijn vader. Het gaat om een stuk in het Duits, met een bijgevoegde vertaling in het Nederlands. Degene die het schreef beheerste het toenmalige Duitse schrift zo te zien goed, maar taal en spelling verraden dat hier geen Duitser van geboorte aan het woord is ². Reeven (of Rieuwen) Klaasens Drijfhamer is de naam van een zwager van David, getrouwd met zijn halfzuster Anje (in 1810, lang na het 'verdwijnen' van David), afkomstig uit Appingedam en verwer van beroep. Of deze werkelijk betrokken is bij het bedrog, is niet duidelijk ³. Kennelijk lijkt het David, nadat hij is overgegaan tot de Evangelisch-Lutherse geloofsrichting, wel geloofwaardig om de getuigenis omtrent de dood van zijn vader aan een Evangelisch-Lutherse predikant toe te schrijven; een andere reden zou kunnen zijn dat een buitenlandse bron de kans op ontmaskering kleiner maakt. De datering van zijn vaders dood is echter geheel correct; David onderhoudt dus nog steeds banden met zijn geboortestreek. David heet inmiddels officieel David Kaspers en zo draagt zijn vader in het document naar post-Napoleontische gedachtengang (kinderen krijgen immers volgens de Code Civil de familienaam van de vader!) óók de familienaam Kaspers (of Caspers); hij wordt hier Jacob Caspers genoemd, terwijl de echte naam van zijn vader Casper Jacobs van Schra is. Dat ‘Kaspers’ een patronimium is (‘zoon van Kasper’), net als ‘Jacobs’, lijkt al vergeten te zijn, of wordt bewust genegeerd. Hoe dan ook, de onmiskenbare falsificatie wordt niet doorzien. In de marge van het document schrijft een ambtenaar een opmerking over het betaalde bedrag (zevenenveertig cents) en voegt het, met de vertaling, bij de officiële stukken.

Wat David Kaspers rond 1800 nog lukte, zonder officiële echtscheiding een tweede huwelijk aangaan alsof er nooit een ander huwelijk geweest was, zou daarna lastiger worden, vanwege de verplichting om documenten van de Burgerlijke Stand over te leggen - toch iets moeilijker te falsificeren dan een verklaring van de hand van een (fictieve) buitenlandse predikant!

‒‒‒

¹ Delmenhorst ligt inderdaad in het Hertogdom Oldenburg, iets ten westen van Bremen, hemelsbreed ongeveer 140 km ten oosten van de stad Groningen. Het had in die tijd omstreeks 2.000 inwoners (bron: Duitse Wikipedia, 29 september 2015), maar was wel de hoofdplaats van het voormalige graafschap Delmenhorst.

² Een paar sprekende voorbeelden: ‘Pastoor’ in plaats van ‘Pastor’ ; ‘Evangelische Lutersche gemeinte’ in plaats van ‘Evangelisch-Lutherische Gemeinde’ ; ‘in das Oldenburgse’ in plaats van ‘in dem Oldenburgischen’ ; het quasi-Duitse woord ‘Handzeigenung’ in plaats van ‘Unterschrift of ‘Signatur’. Ook heet de bedoelde plaats ‘Delmenhorst’ en niet ‘Delmhorst’ - een echte ptredikant van Delmenhorst zou zo'n fout nooit maken!

³ Met een beetje fantasie had David Kaspers een Duitse naam kunnen kiezen, wat de geloofwaardigheid zou hebben vergroot.

Menno Tjoelker, 28 augustus 2012, laatstelijk herzien 29 september 2015


Terug